Seksuele
ontwikkeling
Definitie
Tijdens de adolescentie verandert de identiteitsvraag 'Wie ben ik?' in relatie tot seksualiteit in 'Wat ben ik?' en 'Hoe ben ik dat?'
De seksuele ontwikkeling is voor iedere adolescent een ingrijpend en spannend proces, dat gevolgen heeft voor alle vier de aspecten van het identiteitsbesef: continuïteit, herkenning en erkenning, vrijheid en toekomstperspectief. De seksuele ontwikkeling wordt gedeeltelijk biologisch gestuurd, maar de omgeving draagt veel bij aan de kwaliteit van het seksuele ontwikkelingsproces, ten goede of ten kwade. (Van der Wal en de Wilde, 2011)
Seksuele ontwikkeling in de praktijk
Op de website www.seksuelevorming.nl staat uitgebreid de seksuele vorming omschreven van jongeren vanaf de basisschool tot en met het mbo. Op de website staat het volgende persbericht van 20 maart 2017:
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Persbericht: Te weinig kinderen krijgen les over bloot en seks op het internet
UTRECHT- Veel kinderen van 9-12 jaar worden online geconfronteerd met bloot (66%) en/of met seks (35%). Meer dan de helft (55%) van de kinderen geeft aan daar op school géén les over te krijgen. Dat blijkt uit een peiling van Rutgers, kenniscentrum seksualiteit, in samenwerking met het NOS Jeugdjournaal.
Zo zien kinderen bijvoorbeeld een vagina (34%), een stijve piemel (23%) of mensen die seks hebben (25%). De peiling komt op de eerste dag van de ‘Week van de Lentekriebels’, een landelijke projectweek waarin basisscholen relationele en seksuele vorming geven. Aan de peiling werkten 900 kinderen mee, geworven via het panel van No Ties.
Kinderen komen op verschillende manieren met online bloot- en seksbeelden in aanraking: 39% zoekt naar iets anders en ziet het ineens, bij 31% laten anderen de beelden zien, bij 25% verschijnt het zomaar op het scherm, 17% zoekt het zelf op. De meeste kinderen zien de beelden op computer, tablet of telefoon bij hun thuis (71%), ruim een derde (37%) bij een vriendje of vriendinnetje en 16% op school. Ze kwamen vooral via Google (41%) en YouTube (24%) bij deze beelden terecht. Bij het zien van de beelden kijkt een meerderheid van de kinderen (55%) wel even en klikt ze vervolgens weg, 21% blijft wat langer kijken en 19% klikt meteen weg.
School
Rutgers vindt het zorgwekkend dat 40% van de kinderen in groep 8 aangeeft géén les te krijgen over hoe om te gaan met online bloot- en seksbeelden. Ton Coenen, directeur Rutgers, licht toe: “Deze kinderen staan op het punt om naar de middelbare school te gaan, waar ze niet alleen in aanraking kunnen komen met seksueel getinte beelden, maar bijvoorbeeld ook met sexting en grooming. Het is belangrijk dat zij al op de basisschool leren hoe ze hiermee kunnen omgaan, zodat ze voorbereid en weerbaar zijn.”
Ouders
Het merendeel van de kinderen (59%) geeft aan met hun ouders te praten als zij bloot- of seksbeelden hebben gezien. Ruim een kwart (28%) van de kinderen die deze beelden hebben gezien, geeft echter aan het aan niemand te vertellen. Hoe ouder ze zijn, hoe minder vaak ze het aan iemand vertellen. Van de 9-jarigen vertelt 16% het niet, van de 12-jarigen 39%.
Een filter op je laptop plaatsen helpt, maar is volgens Rutgers niet de oplossing. “Kinderen zijn niet alleen thuis online; ook bij vriendjes/vriendinnetjes en op school. Ga met kinderen in gesprek over wat je kunt tegenkomen en hoe je daarmee om kunt gaan, over hoe je online met elkaar omgaat en over hoe je online je grenzen bewaakt,” zegt Ton Coenen.
Samen
Rutgers roept scholen en ouders op om hier samen mee aan de slag te gaan. Scholen kunnen ouders ondersteunen bij de seksuele opvoeding door bijvoorbeeld ouderavonden te organiseren. In Nederland is seksualiteit en seksuele diversiteit sinds 2012 opgenomen als verplicht onderdeel in de kerndoelen voor het basisonderwijs.
Scholen zijn vrij om hier zelf invulling aan te geven, maar omgaan met seks in de media zou in het onderwijs zeker een plek moeten hebben.
Week van de Lentekriebels
Van 20 t/m 24 maart 2017 vindt op basisscholen in heel Nederland weer de Week van de Lentekriebels plaats. Tijdens de projectweek leren de kinderen van groep 1 t/m 8 over hun lichaam, over relaties, omgaan met social media, en over zelfbeeld en seksuele weerbaarheid. Rutgers organiseert de projectweek in samenwerking met de GGD'en. In deze 12e editie staat het thema respect centraal. Meer staat op www.weekvandelentekriebels.nl.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De seksuele ontwikkeling van 12 tot 15 jaarseksuele ontwikkeling van 12 tot 15 jaar
Tussen de 12 en 15 jaar komen jongeren in de puberteit. Ze gaan zich dan steeds meer losmaken van hun ouders. Tegelijkertijd wordt de mening van de vriendengroep steeds belangrijker. De interesse in seks neemt veelal toe: jongeren gaan fantaseren, ervaren vaker gevoelens van seksuele opwinding en veel jongeren gaan masturberen. Dat laatste geldt vooral voor jongens. Zij zoeken vaker seksueel getint beeldmateriaal op, vooral op internet. Veel jongeren van deze leeftijd zijn wel eens verliefd geweest. Een deel van hen heeft ook verkering (gehad). Binnen deze relaties beperkt seksueel gedrag zich nog vooral tot zoenen en eventueel voelen en strelen. Maar er zijn ook jongeren die al op jonge leeftijd ervaring hebben met geslachtsgemeenschap.
Lichamelijke ontwikkeling
Het lichaam verandert enorm in de puberteit. Jongens en meisjes krijgen schaamhaar en okselhaar, jongens ook borst- en/of gezichtshaar. Borsten, schaamlippen, clitoris, testis en penis groeien.
Bij jongens vindt de eerste zaadlozing plaats, door masturbatie of tijdens de slaap. Meisjes worden gemiddeld met 13,1 jaar voor het eerst ongesteld. Meisjes zijn in deze fase ontevredener over hun lichaam dan jongens.
De mate waarin jongeren ontevreden zijn over hun lichaam heeft niet veel te maken met of ze te dik of te dun zijn. Jongeren kunnen zich ook zorgen maken over de vorm of het uiterlijk van hun geslachtsdelen. Bijvoorbeeld of de penis wel groot genoeg is en of de schaamlippen niet te groot of te klein zijn.
Relationele ontwikkeling
De meeste pubers zijn wel eens verliefd geweest en ruim twee derde heeft ook wel eens verkering gehad. Relaties op deze leeftijd zijn over het algemeen oppervlakkig. Het maakt nog niet veel uit met wie men verkering heeft, als die persoon maar populair of knap is. Ook ondernemen pubers nog niet veel samen, maar wel iets meer dan op de basisschool.
De meeste pubers vinden zichzelf nog te jong voor geslachtsgemeenschap, hebben er geen behoefte aan of willen eerst een tijdje verkering hebben of verliefd zijn. Vergeleken met oudere groepen zijn pubers conservatiever in opvattingen over seks.
Genderidentiteit
Jongeren zijn prima in staat om te begrijpen dat een jongen die zich ‘meisjesachtig’ gedraagt wel een jongen is. Toch neemt in deze levensfase de sociale druk toe om aan genderspecifieke normen te voldoen . Deze normen worden ook steeds meer op seksuele relaties toegepast. Meisjes horen zich afwachtend op te stellen en waar nodig grenzen aan te geven. Van jongens wordt juist verwacht dat ze altijd zin hebben en het initiatief nemen tot seksuele contacten. Deze verwachtingen belemmeren zowel jongens en meisjes in het maken van vrije keuzes en hun seksuele voorkeur. Voor jongens is het lastiger om grenzen aan te geven. Meisjes zijn zich vaak juist nauwelijks bewust van de eigen wensen.
Seksueel gedrag
Net als in andere levensfasen, masturberen meer jongens dan meisjes. Van de 12- en 13-jarige jongens heeft 34% wel eens gemasturbeerd, tegenover 16% van de meisjes. Seksueel gedrag met anderen beperkt zich meestal nog tot (tong)zoenen en voelen en strelen onder de kleren. Slechts een klein deel (7%) van de pubers heeft ervaring met geslachtsgemeenschap. Driekwart van de jongens en 87% van de meisjes keurt seks zonder verliefd te zijn af. Pubers staan nog behoorlijk negatief tegenover seks. 10% van de jongens en 15% van de meisjes voelt zich schuldig als ze (zouden) masturberen en 9% van de jongens en 17% van de meisjes van deze leeftijd vindt seks eigenlijk vies. Bijna 1 op de 3 jongens en 1 op de 10 meisjes geven aan van alles uit te willen proberen op het gebied van seks.
Voor een klein deel van hen spelen seksuele contacten zich (ook) op internet af. Vooral jongens komen in deze levensfase in contact met pornografische beelden. Het kijken naar porno neemt met de leeftijd toe.
In deze levensfase fantaseren de meeste jongeren wel eens over seks. Meestal gaan deze fantasieën over personen van het andere geslacht. Bij ongeveer 1 op de 20 jongens en 1 op de 8 meisjes gaan ze ook over personen van hetzelfde geslacht. Gemiddeld hebben jongens de eerste gevoelens van seksuele opwinding als ze 13,4 jaar zijn. Voor meisjes is dit bijna twee jaar later, met 15,1 jaar. De meeste pubers geven aan nog niet toe te zijn aan seks. Dat geldt voor meisjes wel iets vaker dan voor jongens.
Seksuele oriëntatie
Jongeren die een niet-heteroseksuele oriëntatie ontwikkelen, worden zich in deze levensfase vaak wel bewust van hun gevoelens voor seksegenoten. Deze jongeren kunnen te maken krijgen met negatieve opvattingen van leeftijdsgenoten over homoseksualiteit. Een negatieve houding tegenover homoseksualiteit komt in deze fase meer voor dan bij de oudere leeftijdsgroep.